|
Lang, stil en zuinig
Die nieuwe blauwe in Arnhem heet duobus. Het totaal van 18 meter lengte wordt onderbroken door een 'balg',waarop hij kan doorknikken. Makkelijk in de bocht dus. Een meesturende as van het achterste deel van de duobus helpt hierbij een handje. Het publiek spreekt wel van een 'harmonicabus'. Naast de elektromotor die via de bovenleiding wordt gevoed, bevindt zich een dieselmotor aan boord. Deze dient om bij 'ontsporingen' -zo heet dat in trolleykringen -weer in contact met de bovenleiding te komen. Vijf
keer per dag komt het gemiddeld voor in Arnhem, waar zo'n 50 trolleybussen
rijden. Jan
Lagerwey reed 20 jaar op een gewone bus, en rijdt nu 4 jaar op een trolley.
Achter het stuur lijkt hij een hele straat voor te trekken, zo lang oogt zijn
bus door de achteruitkijkspiegel. Zijn 'job' is inspannender dan die van een
'draadloze'
buschauffeur of een trambestuurder.
Hij moet die lange, blauwe slungel niet alleen goed door het verkeer loodsen,
Maar
er ook nog voor zorgen dat de aanraking met de bovenleiding (kosten f
800.000 per kilometer) niet wordt verbroken. Hij heeft zowel naar links
als rechts 4 meter speling.
Raakt Jan toch 't contact met de leiding kwijt, dan moet hij 'beugelen', waarbij hij met behulp van een touw de verbinding kan herstellen. De passagiers wachten dan zonder morren aan boord, want zij houden van een ruim vervoermiddel dat hun volkomen schokvrij van A naar B brengt. Geheel automatisch krijgen zij in het gelikte grijze interieur via luidsprekers en beeldschermen alle informatie over routes en haltes Brandgevaar Nadert
Jan een wissel of zogeheten 'sectiescheidingen' dan moet hij de stroom el even
afhalen, anders kan het isolatie materiaal
aan de bovenleiding in brand vliegen.
Bij een wissel wordt de snelheid tot 25 km/h teruggebracht om schade te
voorkomen Er moet wel zoveel
mogelijk op stroom worden gereden, want dat kost maar 35 cent per kilometer,
terwijl dieselkilometers 90 cent per stuk doen.
Gratis remmen De
elektromotor zit in de linkerflank van de voorste wagen gebouwd, evenals de
dieselmotor. Alle
zaken die met de elektrische aandrijving te maken hebben zijn vlak onder het dak
opgeborgen. De
feitelijke bediening lijkt heel simpel. In de cockpit is een knop voor vooruit
en een voor achteruit. De energie die bij het remmen verloren dreigt te gaan,
wordt opgevangen en teruggevoerd naar het elektriciteitsnet. Zonder 'gangen'
gaat de snelheid omhoog en omlaag. De acceleratie van 0-50 km in tien seconden
is niet mis voor een gevaarte van 26,5 ton inclusief 85 passagiers. De
topsnelheid ligt in de buurt van de 80 km/h. Het van de Belgische
carrosseriefabriek Van Hool afkomstige prototype heeft liefst f 4 miljoen
gekost. Maar Oostnet kon via het Arnhemse project 'Trolley 2000' profiteren van
de rijkssubsidie voor innovatieve ontwikkelingen binnen het openbaar vervoer in
stedelijke gebieden. Vanaf najaar '97 komen er nog acht klonen van dit prototype
naar Arnhem, waarvan de prijs op zo'n f 1 miljoen komt. Deze krijgen wel een meer
bescheiden diesel als hulpmotor. Een Nederlands consortium van Berkhof (Heerenveen)
en Holec (Ridderkerk) gaat ook enkele trolleybussen produceren.
Weinig onderhoud
Oostnet
roemt de lage rijkosten en het geringe onderhoud. De levensduur van de
elektromotor is meer dan 20 jaar. Pas bij 300.000 km heeft een inspectie van dit
aggregaat plaats, terwijl de dieselmotor na 400 draaiuren moet worden bekeken.
De normale inspectie is om de acht weken. 'Schoner, Stiller en Zuiniger' is
daarom het motto. Aan die stille zit wel een maar. Chauffeur Jan Lageweij:
" Je moet met fietsers erg oppassen, want die horen je niet aankomen."
|
|
Trolleybus
AG 300 T |
| Bron: Autoweek 41 1997 |