Beschrijving 0201

Lang, stil en zuinig

Het is uitkijken bij het voertuig waarmee Jan Lageweij zijn werk doet. Want voordat je het weet, zit je het openbaar vervoer te idealiseren en daar zijn we hier niet voor. Maar het valt wel op dat de passagiers en chauffeurs van deze 'autobus aan een draadje' erg gek met hun vervoermiddel zijn. Ook wel een beetje omdat Arnhem nog maar de enige stad in ons land is die (nadat Groningen en Nijmegen afhaakten} de trolleybus in ere houdt.Het nieuwste type dat ingenieur Teunissen van vervoersmaatschappij Oostnet demonstreert, lijkt op een tram. Maar het is een bus, want hij staat op rubberbanden. Trolley is de (Engelse) benaming voor het kleine koperen wieltje dat in lange tijd voor contact tussen de stroomafnemer op het dak en de bovenleiding zorgde. Hoewel dat nu d.m.v. sleepstukken gaat, bleef het geheel trolley(bus) heten. In Oost-Europese landen en in Zwitserland rijden de trolley's nog in files door de steden, want ze zijn zuinig, stil, schoon en goedkoop.

 

 

 

 

 

 

 

 

Die nieuwe blauwe in Arnhem heet duobus. Het totaal van 18 meter lengte wordt onderbroken door een 'balg',waarop hij kan doorknikken. Makkelijk in de bocht dus. Een meesturende as van het achterste deel van de duobus helpt hierbij een handje. Het publiek spreekt wel van een 'harmonicabus'. Naast de elektromotor die via de bovenleiding wordt gevoed, bevindt zich een dieselmotor aan boord. Deze dient om bij 'ontsporingen' -zo heet dat in trolleykringen -weer in contact met de bovenleiding te komen. 

Vijf keer per dag komt het gemiddeld voor in Arnhem, waar zo'n 50 trolleybussen rijden. Jan Lagerwey reed 20 jaar op een gewone bus, en rijdt nu 4 jaar op een trolley. Achter het stuur lijkt hij een hele straat voor te trekken, zo lang oogt zijn bus door de achteruitkijkspiegel. Zijn 'job' is inspannender dan die van een 'draadloze' buschauffeur of een trambestuurder. Hij moet die lange, blauwe slungel niet alleen goed door het verkeer loodsen, Maar er ook nog voor zorgen dat de aanraking met de bovenleiding (kosten f 800.000 per kilometer) niet wordt verbroken. Hij heeft zowel naar links als rechts 4 meter speling.

Raakt Jan toch 't contact met de leiding kwijt, dan moet hij 'beugelen', waarbij hij met behulp van een touw de verbinding kan herstellen. De passagiers wachten dan zonder morren aan boord, want zij houden van een ruim vervoermiddel dat hun volkomen schokvrij van A naar B brengt. Geheel automatisch krijgen zij in het gelikte grijze interieur via luidsprekers en beeldschermen alle informatie over routes en haltes

Brandgevaar

Nadert Jan een wissel of zogeheten 'sectiescheidingen' dan moet hij de stroom el even afhalen, anders kan het isolatie materiaal aan de bovenleiding in brand vliegen. Bij een wissel wordt de snelheid tot 25 km/h teruggebracht om schade te voorkomen Er moet wel zoveel mogelijk op stroom worden gereden, want dat kost maar 35 cent per kilometer, terwijl dieselkilometers 90 cent per stuk doen.

Gratis remmen 

De elektromotor zit in de linkerflank van de voorste wagen gebouwd, evenals de dieselmotor. Alle zaken die met de elektrische aandrijving te maken hebben zijn vlak onder het dak opgeborgen. De feitelijke bediening lijkt heel simpel. In de cockpit is een knop voor vooruit en een voor achteruit. De energie die bij het remmen verloren dreigt te gaan, wordt opgevangen en teruggevoerd naar het elektriciteitsnet. Zonder 'gangen' gaat de snelheid omhoog en omlaag. De acceleratie van 0-50 km in tien seconden is niet mis voor een gevaarte van 26,5 ton inclusief 85 passagiers. De topsnelheid ligt in de buurt van de 80 km/h. Het van de Belgische carrosseriefabriek Van Hool afkomstige prototype heeft liefst f 4 miljoen gekost. Maar Oostnet kon via het Arnhemse project 'Trolley 2000' profiteren van de rijkssubsidie voor innovatieve ontwikkelingen binnen het openbaar vervoer in stedelijke gebieden. Vanaf najaar '97 komen er nog acht klonen van dit prototype naar Arnhem, waarvan de prijs op zo'n f 1 miljoen komt. Deze krijgen wel een meer bescheiden diesel als hulpmotor. Een Nederlands consortium van Berkhof (Heerenveen) en Holec (Ridderkerk) gaat ook enkele trolleybussen produceren.

 

 

 

 

 

Weinig onderhoud

Oostnet roemt de lage rijkosten en het geringe onderhoud. De levensduur van de elektromotor is meer dan 20 jaar. Pas bij 300.000 km heeft een inspectie van dit aggregaat plaats, terwijl de dieselmotor na 400 draaiuren moet worden bekeken. De normale inspectie is om de acht weken. 'Schoner, Stiller en Zuiniger' is daarom het motto. Aan die stille zit wel een maar. Chauffeur Jan Lageweij: " Je moet met fietsers erg oppassen, want die horen je niet aankomen."

 

Trolleybus AG 300 T
Elektromotor 4 ELA 1662-81
Nominaal vermogen 142,5 kw
Hulpmotor Mercedes 6 cilinder turbodiesel 6,2 liter 177 kW
Topsnelheid 80 km/h
Lxbxh 17,93x2,49x3,O1 rn
Gewicht leeg 17 ton/vol 26,5 ton
Banden 275/70R-22,5
Prijs prototype f 4 miljoen

Bron: Autoweek 41 1997
Bijgewerkt op 25-02-2010