|
5 Lessen uit
Europese landen
Openbaar vervoerbeleid
heeft in vrijwel alle Europese landen een regionale dimensie. Laten we
EUlanden die met Nederland weinig overeenkomsten qua ruimtelijke,
demografische en economische structuur hebben – Bulgarije, Cyprus,
Griekenland, Estland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Roemenië,
Slovenië, Slowakije – buiten beschouwing, dan zien we dat in de overige
16 staten een regionale schaal voor het lokaal openbaar vervoer eerder
regel dan uitzondering is. Daar zitten grote verschillen tussen. En per
land zijn er weer verschillende oplossingen gekozen. De West- Europese
landen hebben vervolgens een voorsprong op de voormalige Oostblokstaten:
de mobiliteitsproblemen in het westen en de bekostiging van het openbaar
vervoer vroegen in West-Europa veel eerder om een passende |
aanpak dan in het
oosten, waar goedkoop vervoer voor grote aantallen reizigers geboden
moest worden. Daarom gaat de aandacht hier uit naar West-Europese
landen. De Scandinavische landen laat ik ook buiten beschouwing. In
Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden is er per land slechts één
sterk verstedelijkte regio die voor vergelijking met Nederland in
aanmerking komt en daarmee zijn zonder uitzondering maatafspraken
gemaakt. Datzelfde geldt ook voor Griekenland, Ierland en Portugal.
Blijven vijf landen over die naast de Nederlandse financieringspraktijk
gezet kunnen worden: Duitsland, Frankrijk, Groot - Brittannië, Italië en
Spanje. Laten we ze eens bekijken. Duitsland heeft sinds 1966 een
wettelijk én een financieel instrumentarium, waarmee decentrale |
overheden hun verkeers-
en vervoerprojekten kunnen financieren. De wetgeving heeft de vorm van
de Gemeindeverkehrsfinanzierungsgesetz, de financiering wordt mogelijk
gemaakt door de Mineralöl-steuer. Deze middelen worden door de
Bondsregering geďnd en in een apart fonds gestort, dat vervolgens
verdeeld wordt onder de 16 Länder. De wet bepaalt dat 50% voor
wegverkeersinfrastruktuur bestemd is en de ander 50% voor openbaar
vervoerinfrastruktuur. De aanvrage voor een bijdrage wordt getoetst aan
een aantal van te voren opgestelde criteria: schaal van het gebied, te
verwachten vervoer, aannemelijke bijdrage aan vermindering van bestaande
verkeers- en vervoerproblemen, technische realiseerbaarheid van het
project en een realistische kostenbenadering. Een commissie, die door de
deelstaatregering |