
IInhoudsopgave
De -niet zelfdragende -carrosserie (fabrikaat Verheul) is als spantenconstructie rechtstreeks op het chassis bevestigd, afgedekt met verzinkt plaatwerk en afgezet met strippen. Het interieur bevat 37 zit en 33 staanplaatsen. Het gedeelte achter de uitstapdeur -afgescheiden van het overige deel door glazen separatieschermen -is de 'rooksalon', hier mocht tot medio 1973 worden gerookt. In het rookgedeelte zijn vier asbakken aangebracht; aanvankelijk waren dit kleine, ronde asbakken zonder deksel, later zijn deze vervangen door aluminium asbakken met deksel en Verheul-vignet. De in en uitstapdeuren zijn van het -toentertijd veel toegepaste - draai-vouwtype en worden met behulp van druklucht bediend. Het bedieningsmechanisme (luchtcilinders) bevindt zich achter een klep direct boven de deur. Links achterin is een deur die als nooduitgang dienst kan doen. Een zevental ramen kan worden geopend; wie herinnert zich niet hoe er eindeloos lang moest worden 'geslingerd' voor een beetje frisse lucht? Naast de bestuurdersplaats bevindt zich een schuifraam. De vloerbedekking bestaat uit rubbermatten voor het loopgedeelte en linoleum onder de banken en stoelen. Oorspronkelijk heeft korte tijd linoleum in het loopgedeelte gelegen ( of dit bij alle trolleys het geval was is onzeker. Daar het linoleum niet slijtvast bleek, werd het al spoedig door rubber vervangen. Op het linoleum vóór de dwarsbanken en -stoelen zijn latjes aangebracht, bij een aantal trolleys is dit later door rubber vervangen. De zittingen en rugleuningen van de vier stoelen en tien banken hebben een vulling van paardehaar en zijn bekleed met kalfsleer. Hoe degelijk deze bekleding is, moge blijken uit het feit dat gedurende hun dienstperiode alle Betrokken trolleys het originele type zitting en rugleuning behielden mét de originele bekleding! Het interieur van de trolley is bekleed met geplastificeerd hardboardplaat; aanvankelijk was dit board met een linnen bekleding. Het geheel is afgezet met strippen. Tegen het dak bevestigd zijn twee ovaalvormige handrails voor de staande passagiers, één voor en één achter het schuifdak. Aanvankelijk bevonden zich mahoniehouten lijsten direct boven de handrails, deze zijn later (helaas) verwijderd. Enige tijd hingen aan de handrails kastjes met een handgreep. Trok men aan de handgreep, dan verscheen een tekst in het kastje; de geïnteresseerde passagier kon zo vernemen welke haarcrème voor hem of haar het beste was. Het schuifdak bevindt zich ongeveer middenin en kan worden geopend nadat het -om veiligheidsredenen aangebrachte -gaasluik naar beneden is geklapt. Boven de ramen zijn klemlijsten aangebracht; aanvankelijk gebruikt om -aan de linkerzijde -kartonnen routestrips in te klemmen ( deze routestrips waren in meerdere kleuren bedrukt en ca tweemaal zo lang als de thans in gebruik zijnde gele routestrips), later om reclameteksten te bevestigen. Ook op de buitenkant werd reclame gevoerd. Deze bestond uit langwerpige geëmailleerde borden. Later zijn ook stickers gebruikt. Eveneens later aangebracht hebben een houder voor het lopende bioscoopprogramma in Arnhem op de glazen separatiewand en een houder voor het actuele programma van de Stadsschouwburg op het paneel achter de bestuurdersplaats. Het bioscoopprogramma werd wekelijks, het schouwburgprogramma onregelmatig verwisselt. Boven de voorruit bevinden zich een richting en lijnnummerfilm (met gescheiden bediening), terwijl links boven de instapdeur een gecombineerde richting en lijnnummerfilm is geplaatst (na de eerste lijnwijzigingen moest echter een aantal nummers worden overgeschilderd, zodat een lijnnummer in een aantal gevallen ontbrak. Aan de linkerkant boven het eerste raam en midden boven de achterruit bevinden zich eveneens twee lijnnummerfilms. Vlak onder de voorruit bevindt zich de voor dit wagentype zo kenmerkende verchroomde sierband, beter bekend dan de 'snor', met in het midden de rode plaat met de verstrengelde letters G.V.A. en daaronder een 'Verheul'-vignet. Aan de zijkanten zijn de tekst 'Gemeente Arnhem', het gemeentewapen en het bedrijfsvignet aangebracht (de Ierse spoorwegen hebben jarenlang hetzelfde vignet, echter in een andere kleurstelling, gebruikt. Aan de voor en achterzijde is het wagenparknummer aangebracht. De wapens, vignetten, letters en cijfers zijn transfers. Het vereiste heel wat vakmanschap deze netjes op de buswand aan te brengen. De vignetten zijn rood, de letters en cijfers zijn goudkleurig. De laatstgenoemden zijn helaas slecht tegen verwering bestand, zodat zij al snel vaal werden. De voorwielen zijn voorzien van spieringen, iets waaraan men -waar ook ter wereld -onmiddellijk een B.U.T. -trolley of A. E. C.-dieselbus kan herkennen. De wielnaven zijn rechts voor afgedekt met een emailIeplaat en achter met ingekleurde reliëfmessingplaten; alle dragen de tekst B.U.T. Voor het openen ( en sluiten) van de diverse luiken en kleppen en de bediening -in voorkomende gevallen -van de retrievers was iedere trolley voorzien van een speciale sleutel met ingeslagen wagenparknummer (hetgeen overigens niet verhinderde dat de sleutels wel eens van wagen verwisselden. Aanvankelijk hadden de trolleys van de serie 101-136 geen kenteken; zij werden hiervan pas in 1951 voorzien. Deze zo bekende 'ZZ-nummers' zijn in 1963 door XB-nummers vervangen (zie voor kentekens Overzicht Trolleyseries). Terug naar beginSerie 101 - 136 Wijzigingen en toevoegingen Een van de eerste wijzigingen betreft de richtingaanwijzers aan de voorzijde. Aanvankelijk waren dit Scintilla klaprichtingaanwijzers. Uitgeklapt staken zij ca 30 cm uit de buswand en menig fietser en voetganger heeft er op onzachte wijze kennis mee gemaakt. De klaprichtingaanwijzers zijn na een jaar vervangen door knipperlichten met een lamp; deze zijn later weer vervangen door langwerpige knipperlichten met twee lampen. In de punten van de brede verchroomde band aan de voorzijde (de "snor") zaten eerst de stadslichten. Deze zijn later in de koplampen aangebracht; de gaten werden afgedekt met rode plaatjes. De uitstekende metalen spatschermen bleken erg gevoelig te zijn bij kleine aanrijdingen, reparatie koste veel tijd en geld en zij zijn eind vijftiger, begin zestiger jaren vervangen door rubberen spatschermen. Terug naar beginTechnisch gezien is de serie 137 - 143 geheel gelijk aan de serie 101 - 136. De carrosserie is echter van een moderner - toentertijd veel toegepast - type. De ramen aan de zijkanten zijn hoger, de achterruit is groter en bestaat uit drie delen en de voorruit - met de voor dit type trolley zo bekende "knik" - is hoger. De deuren (Draaitype) hebben een elektrische aandrijving (fabrikaat Transmark). De stadslichten zijn boven de koplampen aangebracht en de achterlichten bestaan uit een aluminium huis met drie glazen: één groot rond glas (rood) voor het achterlicht, boven en onder geflankeerd door twee rechthoekige gele glazen voor zowel richtingaanwijzer als remlicht. Aanvankelijk droegen voor en achterbumper sierstrippen; deze later verwijderd daar zij niet bestand waren tegen het elkaar opduwen van trolleybussen - dit gebeurde veelvuldig op het remiseterrein en incidenteel wanneer een trolley onder een stroomloos stuk in de bovenleiding was blijven steken. Het interieur is in grote lijnen gelijk aan dat van de serie 101 - 136. De indeling van de zitplaatsen in het voorste compartiment is echter anders: de langsbanken zijn hier vervangen door dwarsgeplaatste stoelen (rechts) en tweezitsbanken (links). De handrails zijn met zilverkleurig krimplastic overtrokken. De richtingfilm is - op het ontbreken van de teksten "VELP", "OOSTERBEEK", "SCHUTTERSBERG" na - gelijk aan die van de serie 101 -136. De film aan de rechterzijde draagt geen lijnnummers, de teksten zijn gelijk aan die van de voorrichtingsfilm. De lijnnummerfilms zijn gelijk aan de films die werden gebruikt op de dieselbussen uit dezelfde periode en dragen de lijnnummers 1 t/m 12. De buitenkant van de carrosserie is bij de bouw afgezet met hetzelfde type aluminiumstrippen dat later ook bij de serie 101 - 136 is aangebracht. Hoewel er slechts zes jaren tussen de indienststelling van de serie 101 - 136 en de serie 137 - 143, is de laatste serie qua uiterlijk duidelijk van recentere datum. De carrosserie van de serie 101 - 136 heeft een meer klassiek karakter, terug te vinden in de lage ramen en de qua oppervlakte grote ronde delen met name aan de achterzijde. Dit type carrosserie (gesloten voorkant onder de voorruit met "snor" ) is het meest bekend geworden als "trolleybuscarrosserie". Naast de Arnhemse serie 101 - 136 waren alle Groningse trolleys na de oorlog. op twee exemplaren na, van dit type carrosserie voorzien. Verder vond dit type toepassing bij een aantal Fordtrambussen van het G.V.A. en verder bij sommige zusterbedrijven. De carrosserie van de zo bekende Crossley-bussen (oudere type) vertoont duidelijk overeenkomsten met die van de serie 101 - 136, daarbij valt te denken aan de algehele vormgeving, ramen en deuren. De carrosserie van de serie 137 - 143 is van het gestandaardiseerde type dat begin jaren '50 door Verheul is ontwikkeld en tot het begin van de jaren '60 is toegepast. De carrosserie van de serie 137 - 143 is strakker van lijn. De hogere ramen laten het streven zien naar een interieur met meer licht en een beter uitzicht voor passagiers en chauffeur. Talloze stads- en streekbussen zijn, uiteraard met de nodige verschillen, van dit type carrosserie voorzien. Terug naar beginSerie 137 - 143 Wijzigingen en toevoegingen De serie 137 - 143 heeft in verhouding tot de serie 101 - 136 weinig wijzigingen ondergaan. De zwakke punten van de serie 101 - 136 waren inmiddels bekend en bij de bouw van de serie 137 - 143 is hier duidelijk rekening mee gehouden. De - vrijwel uitsluitend technische - wijzigingen en toevoegingen liepen parallel met die van de serie 101 - 136; genoemd zijn hier in het interieur het verklikkerlicht van de uitstapdeur, de kast onder de betaaltafel en het kastje met reserveonderdelen; aan het exterieur de geleiderollen voor de retrievertouwen in plaats van de geleidebeugel. In 1973 kregen trolley 138 en 140 bij een grote revisie nieuwe achterlichten; de oude gecombineerde lichten werden vervangen door drie aparte lichten. Alle trolleys van de serie 137 - 143 (minus trolley 141, afgevoerd in 1969 na een ernstige aanrijding op de Rijnbrug (John Frost Brug ) ) kregen in 1973/74 een grote schilderbeurt en zijn daarbij voorzien van opschriften nieuwe stijl, bestaande uit een wit, gestileerd gemeente wapen en witte letters en cijfers. Terug naar beginBron: trolleys in Arnhem
serie 101 - 136 serie 137 - 143. |